ECLI:NL:CRVB:2010:BL1661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- J.Th. Wolleswinkel
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid en passende vergoeding zonder extra kostenvergoeding
Appellante was sinds 1 april 2002 beleidsmedewerker bij een stadsdeel van de gemeente Amsterdam. Door fricties met haar leidinggevende ontstond een verstoorde arbeidsverhouding, waarna zij arbeidsongeschikt werd en een outplacementtraject volgde. Het dagelijks bestuur verleende haar ontslag per 14 augustus 2006, primair wegens ongeschiktheid anders dan door ziekte, subsidiair wegens dringende gemeentelijke belangen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij een passende vergoeding had ontvangen, bestaande uit een wachtgelduitkering, een bovenwettelijke uitkering en outplacementkosten. Appellante stelde in hoger beroep dat deze vergoeding onvoldoende was, met name omdat zij kosten van juridische bijstand wilde vergoed zien.
De Raad overwoog dat het ontslag gebaseerd was op artikel 1122, eerste lid, onder d, van het Ambtenarenreglement Amsterdam. Volgens vaste rechtspraak dient een ontslaguitkering minimaal gelijk te zijn aan de WW-uitkering plus bovenwettelijke uitkering, tenzij het bestuursorgaan een overwegend aandeel heeft in de verstoorde situatie. De Raad stelde vast dat het dagelijks bestuur aan deze minimale aanspraak had voldaan en dat er geen bewijs was voor een overwegend aandeel van de leidinggevende in het ontstaan van de verstoorde relatie.
Daarom was geen reden voor een hogere financiële compensatie, zoals vergoeding van juridische kosten. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag met de toegekende vergoeding wordt bevestigd zonder extra kostenvergoeding.