ECLI:NL:CRVB:2010:BL2136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvragen bijzondere bijstand wegens niet verstrekken PGB-verantwoording
Appellanten dienden meerdere aanvragen in voor bijzondere bijstand en een bijdrage op grond van de WWB en een gemeentelijke verordening. Het College stelde de aanvragen buiten behandeling omdat appellanten niet binnen de gestelde termijnen de gevraagde verantwoording van de besteding van het Persoonsgebonden Budget (PGB) hadden verstrekt.
De Raad oordeelt dat appellanten beschikten over of redelijkerwijs konden beschikken over de gevraagde gegevens en dat het niet verstrekken van deze gegevens vanwege privacyoverwegingen voor hun eigen risico komt. Verder merkt de Raad op dat gegevens die na het primaire besluit worden verstrekt in principe geen betekenis hebben, tenzij aannemelijk is dat tijdige verstrekking redelijkerwijs niet mogelijk was, wat hier niet het geval is.
De Raad bevestigt dat het College op grond van artikel 4:5 Awb Pro bevoegd was de aanvragen buiten behandeling te laten en dat het College dit in redelijkheid heeft gedaan. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de buiten behandeling stelling van de aanvragen bevestigd.