ECLI:NL:CRVB:2010:BL2939
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.M.L.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening terugvorderingsbesluit WUV wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante ontving vanaf 1 juli 2002 een periodieke uitkering als weduwe van een vervolgd persoon op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Bij de berekening werd rekening gehouden met haar AOW-pensioen. In 2006 werd de uitkering herzien vanwege een nabetaling van AOW-pensioen, waarna een bedrag van €2.835,20 werd teruggevorderd. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in, dat in 2007 ongegrond werd verklaard.
In 2008 verzocht appellante om herziening van het terugvorderingsbesluit, stellende dat een rapporteur in 2002 ten onrechte geen onderzoek deed naar een korting van 8% op haar AOW-pensioen en haar niet attendeerde op deze korting. Verweerster wees het verzoek af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die aanleiding gaven tot herziening.
De Raad overwoog dat de bevoegdheid tot herziening discretionair is en slechts terughoudend wordt getoetst. Het verzoek van appellante bevatte geen nieuwe feiten die het eerdere besluit in een nieuw daglicht plaatsen. Bovendien had appellante dit standpunt reeds in eerdere procedures naar voren gebracht zonder succes. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in stand kan blijven en wees het beroep af.
Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 januari 2010.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot afwijzing van haar verzoek om herziening van het terugvorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard.