ECLI:NL:CRVB:2010:BL3055
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening weigering WUBO-uitkering wegens onvoldoende nieuwe feiten
Appellante, geboren in 1927, verzocht om herziening van een eerder besluit waarbij haar aanvraag voor een WUBO-uitkering werd geweigerd. Dit verzoek werd afgewezen door verweerster, de Pensioen- en Uitkeringsraad, en het bezwaar werd ongegrond verklaard. Appellante stelde dat haar psychische klachten, waaronder PTSS en een persoonlijkheidsstoornis, aanleiding geven tot herziening.
De Raad beoordeelde het verzoek terughoudend vanwege de discretionaire bevoegdheid van verweerster en concludeerde dat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die het eerdere besluit in een nieuw daglicht plaatsen. Medische rapporten van verschillende psychiaters en geneeskundig adviseurs werden gewogen, waarbij het oordeel van de geneeskundig adviseurs dat de beperkingen niet tot een hogere invaliditeitsklasse leiden, doorslaggevend was.
Hoewel een psychiater een andere visie had op de aard van de klachten, achtte de Raad dit onvoldoende om het besluit te herzien. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt de terughoudendheid bij herzieningsverzoeken en het belang van een gedegen medische onderbouwing binnen de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering van de WUBO-uitkering wordt ongegrond verklaard.