ECLI:NL:CRVB:2010:BL3057
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag toeslag burger-oorlogsslachtoffer tweede generatie
Appellante, geboren in 1952, diende een aanvraag in voor een toeslag ter verbetering van haar levensomstandigheden op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Haar aanvraag was gebaseerd op gezondheidsproblemen die zij toeschrijft aan de oorlogservaringen van haar stiefvader. Verweerster wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat appellante zelf door oorlogsgeweld was getroffen, zoals vereist in artikel 2, eerste lid, van de Wet.
Appellante voerde aan dat haar psychiater een verband zag tussen de agressiviteit en depressiviteit van haar stiefvader en haar eigen psychiatrische problemen. De Raad stelde vast dat de Wet geen bepalingen kent die aanspraken toekennen aan zogenaamde tweede-generatieslachtoffers. De Raad volgde hiermee het standpunt van verweerster dat de Wet alleen rechten verleent aan direct door oorlogsgeweld getroffenen.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit in stand kan blijven en verklaarde het beroep ongegrond. Daarbij werd benadrukt dat dit oordeel niet afdoet aan de ernst van de persoonlijke problematiek van appellante, maar dat de Wet strikt gebonden is aan de omschreven gebeurtenissen. Tevens wees de Raad een verzoek om vergoeding van proceskosten af wegens het ontbreken van toepasselijke gronden.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de toeslag wordt gehandhaafd.