ECLI:NL:CRVB:2010:BL3070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks betwisting mededelingsplicht en nalatigheid UWV
Appellant is geconfronteerd met een terugvordering van de WAO-uitkering over de periode van 1 februari 2001 tot en met 20 juli 2004, waarbij het UWV een bedrag van €102.873,34 bruto heeft teruggevorderd. Appellant voerde aan dat hij bij de aanvang van zijn detentie aan zijn mededelingsverplichting had voldaan en dat het UWV nalatig was geweest door niet tijdig actie te ondernemen, wat desastreuze financiële gevolgen voor hem had.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond verklaard. In hoger beroep richtte appellant zich uitsluitend op het oordeel over de terugvordering, zonder de hoogte van het bedrag te betwisten.
De Raad overwoog dat het UWV op grond van de WAO verplicht is onverschuldigde uitkeringen terug te vorderen, tenzij dringende redenen aanwezig zijn om daarvan af te zien. De door appellant aangevoerde omstandigheden, waaronder de financiële gevolgen en de vermeende nalatigheid van het UWV, konden niet als dringende reden worden aangemerkt. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering en verklaart het beroep ongegrond.