ECLI:NL:CRVB:2010:BL3376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit garantietoeslag en terugvordering bijstand wegens erfenis
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en vroeg garantietoeslag aan na het terugkeren van haar dochter in het huishouden. Het College wees deze aanvraag af vanwege een erfenis die zij had ontvangen na het overlijden van haar moeder. De Raad oordeelt dat het College ten onrechte rekening hield met deze erfenis bij de aanvraag, omdat appellante op dat moment nog niet feitelijk over het vermogen kon beschikken.
De Raad vernietigt het besluit van het College dat de garantietoeslag weigerde over de periode van 10 september 2006 tot 28 augustus 2007 en bepaalt dat de toeslag moet worden toegekend zoals die gold voor een alleenstaande ouder. Tevens stelt de Raad vast dat het College bevoegd was tot terugvordering van bijstandskosten, maar dat de omvang en periode van terugvordering onjuist waren vastgesteld doordat de garantietoeslag niet was meegeteld.
De Raad vernietigt daarom ook het besluit tot terugvordering en beveelt het College een nieuw besluit te nemen. Daarnaast wijst de Raad het verzoek om schadevergoeding toe voor de niet tijdig betaalde garantietoeslag, inclusief wettelijke rente vanaf 1 november 2006. Tot slot veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellante wegens de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit en de daaropvolgende procedures.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van garantietoeslag en de terugvordering van bijstand worden vernietigd, garantietoeslag wordt toegekend en het College wordt veroordeeld in proceskosten en schadevergoeding.