ECLI:NL:CRVB:2010:BL3622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beslagvrije voet en zorgtoeslag bij vaststelling aflossingscapaciteit WWB
Appellante, een bijstandsgerechtigde, maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar aflossingscapaciteit door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Zij stelde dat bij de berekening van de beslagvrije voet ten onrechte niet de volledige door haar betaalde zorgpremie werd meegenomen en dat de zorgtoeslag onterecht wel werd verrekend.
De Raad oordeelde dat een verhoging van de beslagvrije voet met de volledige premie leidt tot een dubbele verrekening van de premie ziektekosten, omdat de zorgtoeslag reeds een compensatie vormt voor de premiecomponent in de bijstandsnorm. De beslagvrije voet mag daarom slechts worden verhoogd met het deel van de premie dat daadwerkelijk voor rekening van de schuldenaar komt, na aftrek van de normpremie en de zorgtoeslag.
De Raad bevestigde dat deze uitleg in lijn is met vaste jurisprudentie en dat het in aanmerking nemen van de zorgtoeslag niet in strijd is met het beslagverbod uit de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Het hoger beroep van appellante werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van artikel 475d Rv in relatie tot de Zorgverzekeringswet en de Wet op de zorgtoeslag, en benadrukt het belang van een correcte berekening van de aflossingscapaciteit ten behoeve van schuldeisers zoals gemeenten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.