ECLI:NL:CRVB:2010:BL4445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht over buitenlands vermogen
Appellant ontving vanaf september 1998 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme tip over bezit van onroerend goed in Turkije, voerde het College van burgemeester en wethouders van Zaanstad onderzoek uit, ondersteund door een rapport van de Nederlandse ambassade in Ankara en een gemeentelijk frauderapport.
Op basis van deze onderzoeken concludeerde het College dat appellant meerdere onroerende zaken in Istanbul bezit, waaronder percelen grond, appartementen en werkplaatsen, waarvan hij deels eigenaar is. Appellant had deze vermogensbestanddelen niet gemeld, waardoor hij zijn inlichtingenplicht schond. Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten van bijstand over de periode 1998-2006 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel en oordeelde dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering. De Raad verwierp de stellingen van appellant dat hij niet over het vermogen kon beschikken en dat de waarde van het onroerend goed onvoldoende was vastgesteld. De Raad zag geen reden om van het terugvorderingsbeleid af te wijken en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en terugvordering van €92.775,41 wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.