ECLI:NL:CRVB:2010:BL5434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken van procesbelang bij WAO-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die zijn beroep tegen een besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het ging om een herziening van zijn WAO-uitkering waarbij de arbeidsongeschiktheidsklasse was verlaagd.
Tijdens de procedure werd een deskundige psychiater benoemd die een rapport uitbracht. Naar aanleiding daarvan wijzigde het UWV zijn standpunt en nam een nadere beslissing waarin de verlaging van de uitkering per 24 oktober 2004 niet langer werd gehandhaafd, waardoor de uitkering ongewijzigd bleef op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid.
De Raad oordeelde dat appellant hierdoor volledig was tegemoetgekomen en dat hij geen belang meer had bij het hoger beroep. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor verleende rechtsbijstand en reiskosten, met uitzondering van de kosten voor de benoeming van de deskundige.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat het UWV met het nadere besluit volledig tegemoet is gekomen aan appellant.