ECLI:NL:CRVB:2010:BL5457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens onvoldoende motivering kwijtscheldingsverzoek
Appellante ontvangt sinds 1982 bijstand en werd geconfronteerd met een terugvordering van €7.094,66 wegens niet-gemelde vermogensoverschrijding over 2003. Na afwijzing van haar verzoek tot kwijtschelding en meerdere bezwaarbesluiten, verklaarde de rechtbank Rotterdam het beroep tegen het laatste besluit ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het College onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het kwijtscheldingsverzoek werd afgewezen. De beleidsregels van de Handhavingsverordening WWB vereisen een individuele afweging waarbij financiële bijzonderheden van de vordering centraal staan, niet alleen het feit dat het om een fraudevordering gaat. Het College heeft deze afweging niet adequaat gemaakt en geen aandacht besteed aan andere financiële omstandigheden.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt het College een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de motiveringsvereisten. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het College wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het College wordt verplicht een nieuw besluit te nemen.