ECLI:NL:CRVB:2010:BL5520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing overgangsbepaling bij vaststelling dagloon Ziektewetuitkering
Betrokkene ontving een Ziektewetuitkering waarvan de hoogte was gebaseerd op een dagloon dat door appellant was vastgesteld. Appellant paste de overgangsbepaling van artikel 24, tweede lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen toe, omdat het refertejaar geheel vóór 1 januari 2007 lag en betrokkene loon had ontvangen waarin vakantiebijslag en eindejaarsuitkering waren begrepen.
De rechtbank oordeelde dat deze toepassing onjuist was, omdat bij betrokkene sprake was van twee dienstverbanden waarbij bij de tweede werkgever geen vakantiebijslag was uitbetaald, noch werd rekening gehouden met het opgebouwde recht daarop. Hierdoor werd de vakantiebijslag bij de tweede werkgever niet meegenomen in de dagloonberekening, wat niet strookte met de hoofdregel van artikel 3 van Pro het Besluit en de uitgangspunten van de Ziektewet.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan en oordeelt dat de uitleg van appellant te grofmazig is. De overgangsbepaling is niet bedoeld voor situaties waarin sprake is van een tweede dienstverband zonder uitbetaling van loonsupplementen. De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de overgangsbepaling onjuist is toegepast en veroordeelt appellant in de proceskosten.