ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dagloon en wettelijke rente bij WIA-uitkering na onjuiste berekening
Appellante, arbeidsconsulent secretarieel, meldde zich ziek per 13 december 2006. Het UWV stelde aanvankelijk het dagloon vast op €105,41, later gewijzigd naar €111,31 na bezwaar. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onjuiste dagloonberekening en beval het UWV tot herziening. Het UWV nam daarop besluiten op 24 februari 2010 en 16 december 2010, waarin het dagloon werd vastgesteld op €112,06 en wettelijke rente werd toegekend.
Appellante voerde hoger beroep aan omdat het UWV geen rekening had gehouden met vakantiebijslag van €1.312,75 uit 2006 en betwistte de gehanteerde referteperiode en arbeidsuren. De Raad oordeelde dat de referteperiode correct was toegepast en dat het aantal arbeidsuren niet relevant is voor de dagloonberekening. Wel werd erkend dat de vakantiebijslag ten onrechte buiten beschouwing was gelaten.
De Raad stelde het dagloon vast op €117,37 en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente over de nabetaling. Verzoeken om aanvullende schadevergoeding werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellante. Het verzoek om dwangsom werd afgewezen.
Uitkomst: Het dagloon wordt vastgesteld op €117,37 en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.