ECLI:NL:CRVB:2010:BL6091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen vanaf 7 december 2001 bijstand als gehuwden. Tijdens een onderzoek in verband met de invoering van de WWB bleek dat zij naast hun eigen vrije sector-huurwoning ook een tweede vrije sector-huurwoning huurden die zij onderverhuurden, zonder dit aan het College te melden. Tevens stonden twaalf paarden op naam van appellante geregistreerd, die zich in een stal bevonden en waarvan de activiteiten niet als hobbymatig werden gezien.
Het College trok de bijstand over de periode van 7 december 2001 tot en met 31 augustus 2006 in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel, onder meer omdat appellanten geen toereikend tegenbewijs leverden dat de paarden niet tot hun vermogen behoorden.
De Raad oordeelde dat de activiteiten rondom de paarden van voldoende omvang waren om melding te vereisen en dat het niet melden van de tweede huurwoning eveneens een schending van de inlichtingenverplichting vormde. De Raad wees ook het argument af dat een strafrechtelijke vrijspraak aanleiding zou zijn tot een ander oordeel in dit bestuursrechtelijke geschil.
Gelet op het beleid en de wettelijke bepalingen was het College bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.