ECLI:NL:CRVB:2010:BL6106
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- A.J. Schaap
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening erkenning burger-oorlogsslachtoffer op grond van onvoldoende bevestiging oorlogsgebeurtenissen
Appellante, geboren in 1935 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van traumatische ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode. Zij stelde onder meer internering, mishandelingen en vluchtelingenervaringen te hebben meegemaakt. Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat appellante door oorlogsgeweld was getroffen, een beslissing die bij bezwaar en beroep werd bevestigd.
Appellante verzocht vervolgens om herziening van dit besluit, maar de Raad oordeelde dat zij geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een herziening rechtvaardigden. De verklaring van een neef bood geen nieuw licht op de zaak. De Raad benadrukte dat de Wet burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 niet alleen internering erkent, maar ook andere oorlogsgebeurtenissen zoals vlucht onder levensbedreiging, waarvoor echter onvoldoende bewijs was geleverd.
De Raad concludeerde dat appellante weliswaar angstige en ingrijpende gebeurtenissen had meegemaakt, maar dat deze niet voldoende konden worden bevestigd als specifieke oorlogsgebeurtenissen binnen de betekenis van de Wet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bevestiging van oorlogsgebeurtenissen.