ECLI:NL:CRVB:2010:BL6123
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering toegenomen beperkingen
Appellante, werkzaam als taxi-chauffeur, viel in november 2002 uit wegens een polsblessure en vermoeidheidsklachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering toe te kennen omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures weigerde het UWV ook in 2007 een uitkering toe te kennen, waarbij het bezwaar ongegrond werd verklaard. Appellante bracht medische brieven in van een slaapgeneeskundige die een verergering van haar klachten aangaven.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk maar oordeelde dat er geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid. In hoger beroep stelde de Raad vast dat het UWV onvoldoende gemotiveerd had waarom geen sprake zou zijn van relevante toename van beperkingen. De Raad nam de medische rapporten van Schreuder mee, die onder meer problemen met aandacht en slaapstoornissen beschreef.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en beval het UWV tot een nieuwe beslissing op bezwaar over te gaan. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.