ECLI:NL:CRVB:2011:BT6223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- B.M. van Dun
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toename arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om toekenning van een WAO-uitkering, maar het UWV weigerde dit omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was. Na diverse procedures, waaronder een eerdere vernietiging van een besluit door de Raad, werd opnieuw een verzekeringsgeneeskundig onderzoek uitgevoerd door arts Greveling. Deze concludeerde dat er geen objectieve toename van beperkingen was ten opzichte van 2003, ondanks vermoeidheidsklachten en restless legs.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat het onderzoek zorgvuldig was en het UWV voldoende had gemotiveerd waarom een eigen medisch onderzoek in 2010 niet nodig was. Appellante voerde aan dat het UWV onvoldoende rekening hield met een brief van slaapgeneeskundige Schreuder, maar de Raad oordeelde dat deze brief onvoldoende objectieve onderbouwing gaf voor een toename van beperkingen.
De Raad benadrukte dat voor toekenning van een WAO-uitkering een toename van medische beperkingen noodzakelijk is. De rapportage van Greveling bood een draagkrachtige motivering dat de beperkingen niet waren toegenomen. Appellante bracht geen nieuwe medische gegevens aan die dit tegenspraken. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van een objectieve toename van arbeidsbeperkingen.