ECLI:NL:CRVB:2010:BL6140
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- A.J. Schaap
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag toeslag burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1931, vroeg in 2007 een toeslag aan op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, stellende dat hij begin 1945 door granaatscherven was getroffen tijdens beschietingen in Oosterbeek. Verweerster wees de aanvraag af omdat onvoldoende was aangetoond dat appellant door oorlogsgeweld was getroffen, hetgeen werd bevestigd na bezwaar en leidde tot het bestreden besluit.
De Raad heeft het beroep behandeld en overwogen dat behalve de eigen verklaring van appellant geen bevestiging is gevonden in archieven of getuigenverklaringen. Historisch onderzoek toonde wel gevechten in de omgeving, maar de omstandigheden en timing van het letsel zijn onduidelijk en niet aannemelijk dat het tijdens de hevige gevechten in april 1945 plaatsvond. Appellant kon geen nadere details of getuigen aandragen.
De Raad achtte een medisch onderzoek niet noodzakelijk en concludeerde dat het beroep ongegrond is. Er zijn geen gronden voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt dat voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer voldoende bewijs van oorlogsgeweld vereist is, en dat een enkele eigen verklaring zonder ondersteuning onvoldoende is.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de toeslagaanvraag als burger-oorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld.