ECLI:NL:CRVB:2010:BL6394

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-5411 TOG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen wegens onvoldoende extra zorgbehoefte

Appellante ontving sinds het tweede kwartaal van 2003 een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 voor haar dochter met psoriasis. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) beëindigde dit recht per het vierde kwartaal van 2007, gebaseerd op medisch advies dat stelde dat de dochter wel beperkingen heeft maar niet beduidend meer extra zorg nodig heeft dan een gemiddelde leeftijdgenoot.

Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit eveneens ongegrond. In hoger beroep voert appellante geen nieuwe feiten of argumenten aan die het eerdere oordeel kunnen wijzigen.

De Raad onderschrijft de eerdere overwegingen en benadrukt dat ook rekening is gehouden met de maatschappelijke problemen van de dochter, zoals gedragsproblemen en een negatief zelfbeeld, door het toekennen van een punt voor aandacht aan de verwerking van haar ziekte. De Raad bevestigt daarom het besluit tot beëindiging van de tegemoetkoming en ziet geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de tegemoetkoming wegens onvoldoende extra zorgbehoefte.

Uitspraak

08/5411 TOG
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante)
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 29 augustus 2008, 08/183 (hierna: aangevallen uitspraak)
in het geding tussen
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: SVB)
Datum uitspraak: 23 februari 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J.H.M. Verstraten, advocaat te Venlo, hoger beroep ingesteld.
SVB heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2009. Appellante is niet verschenen. SVB heeft zich laten vertegenwoordigen door J.A.J. Groenendaal en drs. G.A.C.G. Durlinger, beiden werkzaam bij Sociale verzekeringsbank.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een volledig overzicht van de van belang zijnde feiten en omstandigheden en de toepasselijke regelgeving verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
1.1. Appellante ontving met ingang van het tweede kwartaal van 2003 een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 (hierna: TOG 2000) voor haar dochter [B.], die lijdt aan de huidziekte psoriasis.
1.2. Bij besluit van 31 augustus 2007 heeft SVB het recht op tegemoetkoming voor [B.] vanaf het vierde kwartaal van 2007 beëindigd. Hieraan ligt ten grondslag het door ClientFirst op 20 juli 2007 op verzoek van SVB uitgebrachte medisch advies, waarin is geconcludeerd dat [B.] weliswaar beperkingen heeft en op bepaalde gebieden extra zorg nodig heeft, maar dat zij over het geheel genomen ten opzichte van een gemiddelde leeftijdgenoot niet beduidend meer extra zorg en hulp nodig heeft.
1.3. Bij besluit van 17 januari 2008 heeft SVB het bezwaar tegen het besluit van 31 augustus 2007 ongegrond verklaard op basis van het door ClientFirst op 20 december 2007 uitgebrachte nader medisch advies. In dat advies is geconcludeerd dat er in bezwaar geen nieuwe medische gegevens of omstandigheden zijn ingebracht die tot een wijziging van de beoordeling van de hulpbehoevendheid zouden moeten leiden.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 17 januari 2008 ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De Raad onderschrijft de overwegingen op grond waarvan de rechtbank heeft geoordeeld dat het Beoordelingsinstrument TOG voor [B.] een te lage score oplevert om vanaf het vierde kwartaal van 2007 nog langer voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen.
4.2. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met hetgeen zij in eerste aanleg heeft aangevoerd, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad dan ook niet tot een ander oordeel kunnen brengen.
4.3. De Raad benadrukt nog dat met de maatschappelijke problemen die [B.] ondervindt door haar handicap en die zich uiten in gedragsproblemen (schaamtegevoel, onbegrip, negatief zelfbeeld) met het effect dat zij zich tegen iedereen afzet, voldoende rekening is gehouden door het toekennen van 1 punt voor bezighouden, handreikingen in verband met het geven van aandacht aan de verwerking van haar ziekte.
4.4. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en J.N.A. Bootsma en H.C.P. Venema als leden, in tegenwoordigheid van J. Waasdorp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2010.
(get.) R.M. van Male.
(get.) J. Waasdorp.
mm