ECLI:NL:CRVB:2010:BL6394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen wegens onvoldoende extra zorgbehoefte
Appellante ontving sinds het tweede kwartaal van 2003 een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 voor haar dochter met psoriasis. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) beëindigde dit recht per het vierde kwartaal van 2007, gebaseerd op medisch advies dat stelde dat de dochter wel beperkingen heeft maar niet beduidend meer extra zorg nodig heeft dan een gemiddelde leeftijdgenoot.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit eveneens ongegrond. In hoger beroep voert appellante geen nieuwe feiten of argumenten aan die het eerdere oordeel kunnen wijzigen.
De Raad onderschrijft de eerdere overwegingen en benadrukt dat ook rekening is gehouden met de maatschappelijke problemen van de dochter, zoals gedragsproblemen en een negatief zelfbeeld, door het toekennen van een punt voor aandacht aan de verwerking van haar ziekte. De Raad bevestigt daarom het besluit tot beëindiging van de tegemoetkoming en ziet geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de tegemoetkoming wegens onvoldoende extra zorgbehoefte.