ECLI:NL:CRVB:2010:BL6437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over korting WAO-uitkering wegens niet opgegeven inkomsten bingobijeenkomsten
Appellant ontving sinds 1994 een WAO-uitkering, laatstelijk berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Naar aanleiding van een melding startte het UWV een fraudeonderzoek waaruit bleek dat appellant inkomsten had uit de organisatie van bingobijeenkomsten in de periode september 2003 tot maart 2006, ter hoogte van circa €149.438,66, die niet waren opgegeven.
Het UWV besloot op basis van artikel 44 van Pro de WAO de uitkering over die periode te verlagen naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van minder dan 15%, en vorderde onverschuldigde betalingen terug. De rechtbank vernietigde dit besluit deels vanwege gebrekkige onderbouwing, maar handhaafde de schatting van de inkomsten en de toerekening aan appellant als een van de drie organisatoren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de bezoekersaantallen en toerekening onjuist waren en dat de kansspelbelasting in mindering moest worden gebracht. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens had overgelegd om de schatting te weerleggen. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit van het UWV.
Proceskostenvergoeding werd niet toegekend. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 maart 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om de WAO-uitkering van appellant te verlagen wegens niet opgegeven inkomsten uit bingobijeenkomsten.