ECLI:NL:CRVB:2010:BL7354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een WAO-uitkering die door het UWV per 21 december 2004 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en volgde de deskundige van het UWV die stelde dat appellante de geduide functies kon verrichten ondanks concentratiestoornissen.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd het eens te zijn met de beperkingen maar niet met de conclusie dat zij de functies kan verrichten, ondersteund door rapporten van een arbeidsdeskundige en neuroloog. De Raad heeft een onafhankelijke neuroloog ingeschakeld die een volledig en zorgvuldig onderzoek verrichtte en zijn conclusies handhaafde.
De Raad volgt het oordeel van deze deskundige en constateert dat er onvoldoende redenen zijn om van dit oordeel af te wijken. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen. Vergoeding van wettelijke rente wordt uitgesteld tot nadere besluitvorming. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.