ECLI:NL:CRVB:2010:BL7362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toename arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 1992 een WAO-uitkering ontving vanwege psychische klachten, meldde zich ziek per 10 mei 2007. Het UWV weigerde toepassing van artikel 43a van de WAO omdat geen sprake was van een toename van beperkingen vanaf die datum. Zowel de rechtbank Arnhem als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medische onderzoek, waaronder dat van de bezwaarverzekeringsarts Carere, zorgvuldig was uitgevoerd en dat de psychiater Ritzen geen nieuwe beperkingen had vastgesteld.
Appellant voerde aan dat de rapportages van psychiater Ritzen een toename van beperkingen aantonen, maar kon dit niet met aanvullende medische stukken onderbouwen. De Raad vond geen aanleiding om de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts te verwerpen. De Raad benadrukte dat de psychiater geen indicatie gaf voor een acute of langdurige verslechtering van de psychische toestand.
Daarmee is het standpunt van het UWV dat vanaf vier weken na 10 mei 2007 geen toename van arbeidsongeschiktheid bestond, op goede gronden gebaseerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van een WAO-uitkering wordt bevestigd.