ECLI:NL:CRVB:2010:BL7985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CIZ over indicatie AWBZ-ondersteunende begeleiding bij combinatie regulier en speciaal onderwijs
Appellant, een leerling met het syndroom van Down en jeugdreuma, volgt deels speciaal onderwijs en deels regulier onderwijs. Hij vraagt bij CIZ om een indicatie voor aanvullende AWBZ-ondersteunende begeleiding. CIZ wijst dit af op grond van een voorliggende voorziening in het speciaal onderwijs, waarbij het speciale onderwijs als toereikend wordt beschouwd.
De rechtbank verklaart het beroep van appellant gegrond en vernietigt het besluit van CIZ, maar oordeelt ten onrechte dat appellant geen procesbelang heeft. In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep vast dat appellant wel procesbelang heeft omdat hij kosten heeft voorgeschoten die hij moet terugbetalen indien hij in het gelijk wordt gesteld.
De Raad oordeelt dat CIZ niet eerst de totale objectieve zorgbehoefte van appellant over alle schooldagen heeft onderzocht en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het speciale onderwijs voldoende is. De Richtlijn die CIZ hanteert, stelt dat AWBZ-zorg aanvullend kan zijn op de zorg in het speciaal onderwijs. Omdat CIZ dit niet zorgvuldig heeft onderzocht, is het besluit onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd.
De Raad vernietigt het besluit van 7 september 2006 voor de periode 1 augustus 2006 tot en met 31 juli 2007 en beveelt CIZ een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens veroordeelt de Raad CIZ in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van CIZ wordt vernietigd en CIZ wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.