ECLI:NL:CRVB:2008:BG8694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen indicatiebesluit huishoudelijke en persoonlijke verzorging AWBZ
Appellante, met diverse lichamelijke beperkingen en de zorg voor haar zoon, had bezwaar gemaakt tegen de indicatie van huishoudelijke en persoonlijke verzorging door het CIZ. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar beperkte zich onterecht tot een deel van de periode in geschil.
De Raad stelt dat de toetsing aan artikel 4:6 Awb Pro beperkt moet blijven tot de periode voorafgaand aan de nieuwe aanvraag, en dat de beoordeling dient te zien op de gehele periode van 1 juli 2005 tot 1 oktober 2006. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank.
De Raad beoordeelt vervolgens de inhoudelijke grieven van appellante. De vermeende toename van zorg voor haar zoon en de slechte onderhoudstoestand van haar woning rechtvaardigen geen uitbreiding van de indicatie. Ook het overlijden van haar ex-echtgenoot beïnvloedt de indicatie niet. De persoonlijke verzorging is adequaat vastgesteld conform het protocol.
De Raad verklaart het beroep ongegrond, veroordeelt het CIZ in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het indicatiebesluit van het CIZ blijft in stand.