ECLI:NL:CRVB:2010:BL8105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om loskoppeling van het inkomen van vader bij aanvullende beurs
Appellant verzocht bij de IB-Groep om het inkomen van zijn vader niet mee te rekenen bij de vaststelling van zijn aanvullende beurs, een verzoek dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat er geen sprake was van een langdurig ernstig verstoorde verhouding tussen appellant en zijn vader, maar eerder van onthechting door de scheiding van zijn ouders.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn vader naar het buitenland was vertrokken zonder adres en het contact had verbroken. De Raad overwoog dat deze argumenten een herhaling waren van eerdere bezwaren en dat uit de stukken bleek dat appellant zijn vader eind 2007 nog via een tante heeft kunnen bereiken, waarbij de vader een formulier invulde ten behoeve van appellant.
De Raad concludeerde dat dit niet wijst op een langdurig ernstig verstoorde verhouding en dat er geen reden was voor nader onderzoek door de Minister. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om het inkomen van de vader buiten beschouwing te laten bij de aanvullende beurs wordt afgewezen wegens het ontbreken van een langdurig ernstig verstoorde verhouding.