ECLI:NL:CRVB:2010:BL8813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor psychosociale hulp wegens te late aanvraag
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand voor psychosociale hulpverlening. Het College van burgemeester en wethouders van Leiden had de aanvraag afgewezen omdat de behandeling reeds was aangevangen en de noodzaak niet meer kon worden vastgesteld, met toepassing van artikel 44, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB).
Appellanten, de erven van betrokkene, voerden aan dat betrokkene medische beperkingen had en problemen ondervond bij het indienen van de aanvraag, en dat zij in de veronderstelling verkeerde dat zij kon wachten tot het einde van het kalenderjaar. De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet wordt verleend voor kosten die zijn gemaakt vóór de aanvraagdatum, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. In dit geval ontbraken dergelijke omstandigheden.
Het College hanteert beleid dat terugwerkende bijstand alleen wordt toegekend als de aanvraag zo spoedig mogelijk na ontvangst van de zorgverzekeraarafrekening wordt ingediend. Betrokkene ontving de afrekening in februari 2005, maar diende de aanvraag pas ruim tien maanden later in. De Raad kwalificeerde het beleid als buitenwettelijk begunstigend, maar aanvaardde de consistente toepassing ervan. De Raad bevestigde het besluit van het College en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd.