ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten kinderopvang wegens onvoldoende bewijs
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van kinderopvang van haar dochter over de periode van mei 2006 tot oktober 2007. Het College van burgemeester en wethouders van Albrandswaard wees de aanvraag af wegens te late indiening en gebrek aan bewijs van de kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. De Raad overwoog dat het College een buitenwettelijk begunstigend beleid hanteert dat aanvragen tot uiterlijk een jaar na kostenacceptatie toestaat. De aanvraag van eind oktober 2007 beperkte de beoordeling tot de periode van 1 november 2006 tot 31 oktober 2007.
Appellante kon niet aantonen dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, omdat zij geen schriftelijke overeenkomst had met de grootouders en geen bewijsstukken van betalingen kon overleggen. De verklaring van de grootouders werd onvoldoende geacht zonder verifieerbaar bewijs.
De Raad concludeerde dat niet is komen vast te staan dat de kosten zich hebben voorgedaan in de relevante periode en bevestigde daarom de afwijzing van de bijzondere bijstand. Andere bezwaren van het College, zoals de aanwezigheid van een voorliggende voorziening, werden niet verder besproken.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor kinderopvangkosten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van gemaakte kosten.