ECLI:NL:CRVB:2010:BL9022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering premierestitutie wegens illegaal verblijf werknemers
Appellante, een besloten vennootschap, verzocht het UWV om restitutie van premies werknemersverzekeringen en wettelijke rente voor werknemers die volgens haar illegaal in Nederland verbleven. Dit verzoek was gebaseerd op het gebruik van valse identiteitsdocumenten door 34 werknemers en de constatering dat één werknemer, El K., onrechtmatig verbleef.
Het UWV wees het verzoek grotendeels af en weigerde wettelijke rente te vergoeden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, stellende dat het primair de verantwoordelijkheid van de werkgever is om de verblijfsstatus van werknemers te controleren en dat appellante geen sluitend bewijs had geleverd dat de betrokken werknemers illegaal waren.
De Raad oordeelde verder dat goede trouw van appellante geen verschuiving van de bewijslast naar het UWV rechtvaardigt en dat het beleid van het UWV omtrent verificatie van verblijfsstatus niet afdoet aan de verplichtingen van de werkgever. Ook de erkenning van het UWV dat El K. illegaal verbleef, leidde niet tot vergoeding van wettelijke rente, omdat appellante geen rechtsmiddelen had benut en de onjuistheid in haar risicosfeer lag.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep geen doel treft en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van premierestitutie en wettelijke rente wordt bevestigd.