ECLI:NL:CRVB:2010:BL9274

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5647 WSF-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard wegens verschoonbare overschrijding hogerberoepstermijn

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift.

Appellante stelde verzet in tegen deze beslissing. De Raad overwoog dat appellante uit een brief van de rechtbank mocht afleiden dat de termijn voor het instellen van hoger beroep pas op 7 oktober 2009 was aangevangen, terwijl het hogerberoepschrift op 13 oktober 2009 was ontvangen.

Met verwijzing naar een eerdere uitspraak oordeelde de Raad dat de overschrijding van de termijn verschoonbaar was. Het verzet werd daarom gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring verviel en het onderzoek werd voortgezet in de oorspronkelijke stand.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het hoger beroep wordt ontvankelijk verklaard ondanks de termijnoverschrijding.

Uitspraak

09/5647 WSF-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 juli 2009, 08/1402
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep
Datum uitspraak: 26 maart 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 18 december 2009 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 18 december 2009 heeft appellante verzet gedaan.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 18 december 2009 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Uit de gedingstukken blijkt dat de rechtbank bij brief van 17 juli 2009 een afschrift van de aangevallen uitspraak heeft gezonden aan appellante. Het hogerberoepschrift, gedateerd 10 oktober 2009, is op 13 oktober 2009 bij de Raad ontvangen.
Uit de gedingstukken blijkt voorts dat de rechtbank bij brief van 6 oktober 2009 opnieuw een afschrift van de aangevallen uitspraak aan appellante heeft gezonden. Uit de bewoordingen van die brief heeft appellante afgeleid, en naar het oordeel van de Raad ook mogen afleiden, dat de hogerberoepstermijn was aangevangen op 7 oktober 2009.
Met verwijzing naar zijn uitspraak van 14 juli 2009 (LJN BJ3193) - waarin een geheel vergelijkbare situatie aan de orde was - oordeelt de Raad daarom dat het hogerberoepschrift weliswaar niet tijdig is ingediend, maar dat de overschrijding van de hogerberoepstermijn in dit geval verschoonbaar is.
Het verzet dient gegrond te worden verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 18 december 2009 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Van proceskosten van het verzet van appellante is de Raad niet gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
KR