ECLI:NL:CRVB:2010:BL9696
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening besluiten weigering WUV- en WUBO-uitkering
Appellante, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in 1995 een uitkering aan op grond van de WUBO en WUV vanwege gezondheidsklachten die zij toeschreef aan haar oorlogservaringen. Deze aanvragen werden in 1996 afgewezen omdat niet was gebleken dat zij vrijheidsberoving had ondergaan of getroffen was door oorlogsgebeurtenissen zoals bedoeld in de wetten. In 2007 verzocht zij opnieuw om toekenning van een uitkering, maar dit verzoek werd afgewezen en gehandhaafd na bezwaar omdat zij geen nieuwe gegevens had ingebracht die aanleiding gaven tot herziening.
De Raad overwoog dat de verweersters discretionaire bevoegdheid hebben om besluiten te herzien, maar dat dit slechts terughoudend kan worden getoetst. Nieuwe feiten of gegevens die bij de eerdere besluitvorming niet bekend waren en die tot herziening kunnen leiden, ontbraken. Het feit dat de zuster van appellante wel werd aanvaard op grond van een internering in Tandjoeng Enim leidde niet tot herziening, omdat die beslissing later als onjuist werd beoordeeld en niet automatisch gevolgen had voor appellante.
Ook de gestelde verblijven van appellante in Moeara Enim en Talang Semoet konden niet worden bevestigd of leidden niet tot recht op uitkering. De Raad verklaarde de beroepen ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 maart 2010.
Uitkomst: De beroepen van appellante tegen de weigering van WUV- en WUBO-uitkeringen worden ongegrond verklaard.