ECLI:NL:CRVB:2010:BL9702
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUBO-uitkering wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1938 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO). Haar aanvraag werd in augustus 2008 afgewezen en deze afwijzing werd gehandhaafd na bezwaar. In beroep stelde zij dat zij tijdens de Japanse bezetting bombardementen op Bandoeng had meegemaakt, moest schuilen tijdens een luchtaanval op een treinreis naar Semarang, een hoofdverwonding had opgelopen tijdens de Bersiap-periode en geïnterneerd was geweest.
De Raad overwoog dat onvoldoende was komen vast te staan dat appellante direct betrokken was bij de bombardementen of luchtaanval, noch dat haar hoofdverwonding was bevestigd door andere gegevens. Ook was niet gebleken dat het kamp waar zij verbleef een interneringskamp was; het kamp werd als opvangkamp beoordeeld. Het onderzoek van verweerster werd als voldoende en volledig beschouwd.
Gelet op deze feiten concludeerde de Raad dat appellante niet voldeed aan de criteria van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld zoals bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 maart 2010.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld.