ECLI:NL:CRVB:2010:BL9745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens schending inlichtingenplicht en inkomsten uit hennepteelt
Appellanten ontvingen bijstand vanaf juni 2003 en kregen deze over de periode van februari 2005 tot februari 2006 herzien en ingetrokken vanwege inkomsten uit de teelt en verkoop van cannabis en het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten vorderde de gemaakte kosten van bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden. Appellanten erkenden de schending van de inlichtingenplicht, maar betoogden dat het recht op bijstand wel kon worden vastgesteld, verwijzend naar een politierechterlijke uitspraak waarin een bedrag aan wederrechtelijk voordeel was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat de schending van de inlichtingenplicht een grond voor intrekking is indien het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Appellanten konden niet aannemelijk maken welke inkomsten zij hadden ontvangen, en het door de politierechter vastgestelde bedrag was slechts een schatting gebaseerd op verklaringen, niet op administratie. De Raad bevestigde dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken en de kosten teruggevorderd. De Raad wees ook op vaste rechtspraak dat de vaststelling van wederrechtelijk voordeel niet van invloed is op de hoogte van de terugvordering in bestuursrechtelijke procedures.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering van de gemaakte kosten worden bevestigd.