ECLI:NL:CRVB:2013:BY9078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij
Appellante ontvangt sinds 2000 bijstand en werd bij besluit van 23 januari 2007 geconfronteerd met intrekking van de bijstand over 2005-2006 en terugvordering van €13.947,99 wegens het niet melden van inkomsten uit hennepkwekerij in haar woning. Dit besluit werd onaantastbaar nadat het bezwaar werd ingetrokken.
In 2010 verzocht appellante het college het besluit te herzien, verwijzend naar een strafrechtelijke veroordeling waarbij het wederrechtelijk voordeel was vastgesteld op €500. Het college wees dit verzoek af omdat het vonnis geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de strafrechter de fraudeperiode had beperkt tot één maand, waardoor de terugvordering ook beperkt had moeten worden. De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan niet gebonden is aan het strafrechtelijk oordeel en dat het vonnis geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat die herziening rechtvaardigen. Het verzoek om terug te komen kon daarom terecht worden afgewezen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.