ECLI:NL:CRVB:2010:BL9853
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum toeslag en voorzieningen bij erkenning burger-oorlogsslachtoffer
Appellante heeft in 2001 een aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer, welke werd afgewezen. In 2008 diende zij een nieuwe aanvraag in, waarin zij voor het eerst aangaf aanwezig te zijn geweest bij de verkrachting van haar moeder, wat zij eerder niet had vermeld.
Verweerster heeft deze nieuwe aanvraag als zodanig behandeld en op basis daarvan appellante erkend als burger-oorlogsslachtoffer met ingang van 1 mei 2008. Appellante stelde in beroep dat de ingangsdatum van de toeslag en voorzieningen terug moest gaan naar haar eerste aanvraag, omdat zij toen al melding zou hebben gemaakt van de verkrachting.
De Raad oordeelde dat appellante pas bij de nieuwe aanvraag melding maakte van haar aanwezigheid bij de verkrachting, wat ook blijkt uit de aanvraagbrief van 16 mei 2008. Verweerster heeft daarom terecht de hoofdregel van artikel 40, eerste lid, van de Wet toegepast, die bepaalt dat uitkeringen ingaan op de eerste dag van de maand van de aanvraag.
De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 40, tweede lid, rechtvaardigen om af te wijken van deze hoofdregel. Het eerdere niet nader onderzoeken door verweerster of appellante bij de verkrachting aanwezig was, vormt geen grond voor afwijking. Het beroep werd ongegrond verklaard en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de toeslag en voorzieningen blijft de datum van de nieuwe aanvraag.