ECLI:NL:CRVB:2010:BL9926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit schorsing WAO-uitkering wegens onzorgvuldige voorbereiding en schadeverzoek
Appellant ontving een WAO-uitkering die door het UWV per 1 februari 2006 werd geschorst wegens onbekend verblijfadres. Appellant maakte bezwaar tegen deze schorsing en gaf aan dat het UWV schade had veroorzaakt en dat hij een schadeclaim en nabetaling verwachtte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan actueel procesbelang, omdat appellant in de bezwaarfase geen verzoek tot schadevergoeding zou hebben ingediend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders en stelt vast dat appellant met zijn brief van 25 augustus 2006 wel degelijk een verzoek om schadevergoeding heeft ingediend of beoogd in te dienen. Het UWV heeft echter niet gereageerd op dit verzoek in het bestreden besluit of anderszins, wat de Raad als onzorgvuldig kwalificeert. Hoewel het UWV niet verplicht is om in het bestreden besluit op het verzoek te beslissen, dient het wel te communiceren hoe en wanneer op het verzoek zal worden beslist.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij rekening gehouden moet worden met het schadeverzoek. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van het schadeverzoek.