ECLI:NL:CRVB:2010:BM0519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling arbeidsbeperkingen op 21 mei 2007
Betrokkene ontving een WAO-uitkering die door appellant, het UWV, werd herbeoordeeld en per 21 mei 2007 verlaagd van 65-80% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. De functionele beperkingen werden vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, waarbij medisch en arbeidskundig onderzoek werd verricht. De rechtbank oordeelde dat de psychische belastbaarheid onvoldoende was onderbouwd en vernietigde het besluit, met de opdracht aan appellant een nieuwe beslissing te nemen.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom zij de conclusies van psychiater Kemperman volgde en niet die van psychiater IJsselstein. De Raad oordeelde dat de bevindingen van beide psychiaters in lijn waren en dat de door appellant overgelegde fictieve FML van 16 januari 2009 een juiste weergave gaf van de beperkingen op de datum in geding. Betrokkene werd niet gevolgd in zijn stelling dat hij verdergaand beperkt was door handklachten.
De Raad vernietigde het vonnis voor zover het appellant opdroeg een nieuwe beslissing te nemen, maar liet de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. De overige onderdelen van het vonnis werden bevestigd. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering blijft in stand, maar het vonnis dat een nieuwe beslissing op bezwaar verplicht stelde wordt vernietigd.