ECLI:NL:CRVB:2010:BM0844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkeringsbesluit ondanks betwisting urenbeperking en arbeidsmogelijkheden
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn psychische klachten en gehoorverlies onvoldoende waren meegewogen bij de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid en dat onterecht geen urenbeperking werd toegekend. Hij verwees naar een WSW-indicatie met urenbeperking en zijn uitval uit WSW-arbeid als bewijs dat hij de geduide functies op de vrije arbeidsmarkt niet kon vervullen.
De Raad overwoog dat de medische gegevens geen aanleiding gaven om de vastgestelde beperkingen door het UWV te betwijfelen. De verzekeringsartsen hadden gemotiveerd geen urenbeperking aangenomen, waarbij werd benadrukt dat WSW-beoordelingen niet gelijk zijn aan WAO-beoordelingen en dat de geadviseerde werktijdaanpassing binnen WSW niet onderbouwd was.
Ook de uitval uit WSW-arbeid bijna twee jaar na de peildatum van de WAO-schatting bood geen grond om de arbeidsmogelijkheden op de vrije arbeidsmarkt te betwijfelen. De Raad concludeerde dat de functies binnen de mogelijkheden van appellant lagen en dat het hoger beroep ongegrond was.
De Centrale Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Maastricht en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de WAO-uitkering van 15-25% zonder urenbeperking en wijst het hoger beroep af.