ECLI:NL:CRVB:2010:BM1428

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2845 CSV-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:54 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens verschoonbare termijnoverschrijding in hoger beroep tegen UWV-uitspraak

Appellante, vertegenwoordigd door een gemachtigde, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift.

De gemachtigde ontving de aangevallen uitspraak tweemaal, waarbij uit de tweede brief werd afgeleid dat de termijn voor hoger beroep op 17 april 2009 was aangevangen. Het hogerberoepschrift werd echter pas op 26 mei 2009 ontvangen, wat een termijnoverschrijding betekende.

De Raad oordeelde echter, met verwijzing naar een eerdere uitspraak, dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar was. Hierdoor werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring verviel en het onderzoek werd voortgezet. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep is gegrond verklaard en het UWV is veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

09/2845 CSV-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[naam B.V.], gevestigd te [vestigingsplaats], (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 maart 2009, 08/2018 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 26 maart 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 29 oktober 2009 heeft de Raad het namens appellante door F.W. Brok, werkzaam bij Brok Accountancy B.V. te Schiphol Rijk, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 29 oktober 2009 heeft F.W. Brok namens appellante verzet gedaan.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 29 oktober 2009 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Uit de gedingstukken blijkt dat de rechtbank bij brief van 18 maart 2009 een afschrift van de aangevallen uitspraak heeft gezonden aan de gemachtigde van appellante. Het hogerberoepschrift, gedateerd 21 mei 2009, is op 26 mei 2009 bij de Raad ontvangen.
Uit de gedingstukken blijkt voorts dat de rechtbank bij brief van 16 april 2009 opnieuw een afschrift van de aangevallen uitspraak aan de gemachtigde van appellante heeft gezonden. Uit de bewoordingen van die brief heeft de gemachtigde van appellante afgeleid, en naar het oordeel van de Raad ook mogen afleiden, dat de hogerberoepstermijn was aangevangen op 17 april 2009.
Met verwijzing naar zijn uitspraak van 14 juli 2009 (LJN BJ3193) - waarin een geheel vergelijkbare situatie aan de orde was - oordeelt de Raad daarom dat het hogerberoepschrift weliswaar niet tijdig is ingediend, maar dat de overschrijding van de hogerberoepstermijn in dit geval verschoonbaar is.
Het verzet dient gegrond te worden verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 29 oktober 2009 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad ziet ten slotte aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van het verzet van appellante, begroot op € 161,- voor verleende rechtsbijstand.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond;
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van het verzet van appellante tot een bedrag van € 161,-.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
mm