ECLI:NL:CRVB:2010:BM1498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging studiefinanciering vernietigd wegens juiste beleids- en rechtsgrondslag
De zaak betreft een hoger beroep van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen die het besluit van 29 oktober 2007 tot afwijzing van een verzoek tot verlenging van studiefinanciering vernietigde. De rechtbank oordeelde dat het besluit onrechtmatig was omdat het niet was gebaseerd op artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) of de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000), maar op een discretionaire bevoegdheid van appellant om eerdere besluiten te herzien.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat appellant het verzoek inhoudelijk heeft beoordeeld zonder toepassing van artikel 4:6 Awb Pro, en dat het beleid dat appellant hanteert buitenwettelijk begunstigend is. Dit beleid, gepubliceerd in brochures en op de website, staat toe dat ook aanvragen voor verstreken tijdvakken kunnen leiden tot toekenning van studiefinanciering, mits binnen een redelijke termijn ingediend.
De Raad past een terughoudende toets toe op dit beleid en constateert dat het consistent is toegepast. Daarom vernietigt de Raad het besluit van 29 oktober 2007, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.