ECLI:NL:CRVB:2010:BM1971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekening
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande ouder. Het College ontdekte via de Belastingdienst dat appellante beschikte over een niet opgegeven bankrekening met een hoog saldo vlak voor de aanvraag van bijstand. Ondanks verzoeken heeft appellante niet alle gevraagde bankafschriften overlegd en gaf zij tegenstrijdige verklaringen over de beschikking over het geld.
Het College besloot daarom de bijstand over de periode van 2 mei 2006 tot en met 31 januari 2007 in te trekken en de kosten terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding was getreden door een te ruime beoordelingsperiode te hanteren.
De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door de bankrekening niet te melden en onvoldoende bewijs te leveren dat zij geen beschikking had over het tegoed. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.