ECLI:NL:CRVB:2010:BM2095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor kosten verblijfsvergunning echtgenote
Appellant, een alleenstaande ouder die bijstand ontvangt op grond van de WWB, verzocht bijzondere bijstand voor kosten gerelateerd aan de aanvraag van een verblijfsvergunning voor zijn echtgenote, die niet rechtmatig in Nederland verblijft. Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage wees deze aanvraag af, omdat de echtgenote geen rechtspersoon is voor bijstand en haar verblijf niet rechtmatig is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt vast dat de kosten aan de echtgenote moeten worden toegerekend en niet aan appellant. De omstandigheden, waaronder het feit dat de echtgenote niet rechtmatig verblijft, verhinderen het verlenen van bijstand.
De Raad ziet geen grond om de kosten toe te rekenen aan de noodzakelijke bestaanskosten van het eenoudergezin van appellant. Daarom is de weigering van bijzondere bijstand terecht. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand voor de kosten van de verblijfsvergunning van de echtgenote.