ECLI:NL:CRVB:2010:BM2865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat gesubsidieerde dienstbetrekkingen onder Re-integratieverordening vallen met doorstroomverplichtingen
Appellanten waren werkzaam bij de gemeente Amsterdam in gesubsidieerde dienstbetrekkingen tussen 2000 en 2003, welke vanaf 2004 onder de Wet werk en bijstand (WWB) en de Re-integratieverordening vallen. Het College legde hen verplichtingen op om zich in te spannen voor doorstroom naar niet-gesubsidieerde arbeid en gebruik te maken van begeleiding.
Appellanten voerden aan dat zij niet tot de doelgroep van de Re-integratieverordening behoren omdat de gemeente tijdens het ID-besluit niets deed om doorstroom te bevorderen, en dat de opgelegde verplichtingen in strijd zijn met het verbod op détournement de pouvoir en het evenredigheidsbeginsel. Tevens werd aangevoerd dat de re-integratieverplichting de vrijheid van arbeidskeuze schendt.
De Raad oordeelt dat de dienstbetrekkingen als voorzieningen onder de WWB gelden en dat appellanten tot de doelgroep van de Re-integratieverordening behoren. De verplichtingen tot doorstroom zijn gerechtvaardigd en niet in strijd met de WWB of grondwettelijke bepalingen. De langdurige gesubsidieerde arbeid sluit niet uit dat appellanten moeten solliciteren naar regulier werk.
De hoger beroepen worden verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd.
Uitkomst: De hoger beroepen worden verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd; het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.