ECLI:NL:CRVB:2010:BM2879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terugwerkende kracht bijstand wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant, een Frans staatsburger, heeft meerdere keren bijstand aangevraagd ingevolge de Algemene bijstandswet (WWB). Na afwijzing van eerdere aanvragen en bezwaarprocedures, werd bijstand toegekend met ingang van 3 mei 2006. Appellant verzocht om bijstand met terugwerkende kracht tot 20 juni 2002, stellende dat bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De Raad stelt vast dat het verzoek om terug te komen op eerdere besluiten neerkomt op een aanvraag om bijstand met terugwerkende kracht, waarvoor vaste rechtspraak geldt dat dit slechts mogelijk is bij bijzondere omstandigheden. De Raad oordeelt dat appellant geen bijzondere omstandigheden heeft aangetoond die dit rechtvaardigen, ondanks het later toegekend krijgen van een WW-uitkering en het verkrijgen van duurzaam verblijfsrecht.
De Raad vernietigt eerdere besluiten die onrechtmatig waren, herroept het intrekkingsbesluit van 6 augustus 2007, maar verklaart het beroep tegen het besluit van 22 december 2008 ongegrond. De Commissie wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant. Het verzoek om schadevergoeding wordt ingetrokken.
Uitkomst: Het verzoek om bijstand met terugwerkende kracht wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.