ECLI:NL:CRVB:2010:BM3105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-pensioen voor duurzaam gescheiden partnerschap
Appellant, geboren in 1943, vroeg een ouderdomspensioen op grond van de AOW aan, berekend naar het bedrag voor een ongehuwde pensioengerechtigde, omdat hij stelde duurzaam gescheiden te leven van zijn geregistreerde partner. De Sociale verzekeringsbank kende het pensioen toe als gehuwde pensioengerechtigde en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat hij en zijn partner op verschillende adressen wonen, hun financiën gescheiden houden, een eigen sociale kring hebben en weinig samen eten of slapen, wat volgens hem duidt op duurzaam gescheiden leven. De Raad overwoog dat duurzaam gescheiden leven betekent dat na verbreking van de samenleving ieder afzonderlijk een eigen leven leidt alsof niet gehuwd, en dat dit bestendig moet zijn bedoeld.
De Raad concludeerde dat het feit dat appellant en zijn partner elkaar regelmatig ontmoeten, samen eten en af en toe op vakantie gaan, niet wijst op duurzaam gescheiden leven. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat appellant niet duurzaam gescheiden leeft van zijn geregistreerde partner.