ECLI:NL:CRVB:2010:BM3423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens arbeidsvermogen ondanks beperkingen
Appellant, voormalig kwekerijmedewerker, ontving een WAO-uitkering en werkloosheidsuitkering en meldde zich ziek per 9 november 2006. Het UWV besloot per 20 oktober 2007 het ziekengeld stop te zetten omdat appellant niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd dit besluit gehandhaafd.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor zijn stelling dat hij niet in staat was tot het verrichten van ten minste één van de aan hem voorgehouden functies. De bezwaarverzekeringsarts had rekening gehouden met medicatie en psychiatrische rapporten, waaruit bleek dat depressieve klachten niet meer aanwezig waren, maar psychosociale problemen bleven.
De Raad wees ook het argument af dat het ontbreken van financiële draagkracht voor een medisch rapport en een vermeende schending van artikel 6 EVRM Pro tot een ander oordeel zou moeten leiden. Tevens werd benadrukt dat bij arbeidsongeschiktheidsbeoordeling niet de diagnose maar de beperkingen relevant zijn. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij geacht wordt tot zijn arbeid in staat te zijn.