ECLI:NL:CRVB:2010:BM3471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf
Appellant had vanaf 1996 bijstand ontvangen, maar deze werd met terugwerkende kracht ingetrokken omdat hij niet daadwerkelijk woonachtig was op de opgegeven adressen. Na een nieuwe aanvraag in januari 2007 wees het College deze af wegens onvoldoende bewijs van hoofdverblijf op het opgegeven adres.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. Appellant ging in hoger beroep tegen dit laatste onderdeel. De Raad overwoog dat de beoordeling zich richt op de periode van de aanvraag tot het primaire besluit en dat appellant niet had aangetoond dat zijn situatie was gewijzigd sinds de intrekking.
Ondanks enkele nieuwe aankopen van appellant, zoals een koelkast en slaapbank, was dit onvoldoende om aan te tonen dat hij aan de vereisten voor bijstand voldeed. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.