ECLI:NL:CRVB:2010:BM3489

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4209 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 WWBArt. 36 WWB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing langdurigheidstoeslag en knipkaart 2007 wegens onvoldoende medewerking en te late aanvraag

Appellant heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvragen voor een langdurigheidstoeslag 2007 en een Knipkaart 2007 door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.

De Raad overweegt dat de afwijzing van de langdurigheidstoeslag gebaseerd is op het feit dat appellant onvoldoende heeft meegewerkt aan een re-integratietraject, hetgeen reeds in een andere procedure is bevestigd. Omdat appellant geen zelfstandige beroepsgronden tegen deze afwijzing heeft aangevoerd, wordt dit onderdeel van het beroep niet verder behandeld.

Ten aanzien van de Knipkaart 2007 stelt de Raad vast dat de aanvraag van appellant pas in september 2008 is ingediend, ruim na de peildatum voor 2007. Het College heeft de aanvraag terecht afgewezen omdat toekenning met terugwerkende kracht niet mogelijk is. De stelling van appellant dat hij niet eerder kon aanvragen vanwege het intrekken van zijn bijstand en het ontbreken van informatie wordt verworpen, omdat hij zelf het initiatief had kunnen nemen en bovendien lang heeft gewacht met indienen.

De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de langdurigheidstoeslag en de Knipkaart 2007 en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

09/4209 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 juni 2009, 09/668 en 09/735, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)
Datum uitspraak: 20 april 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. B.G. Meijer, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2010. Voor appellant is verschenen mr. Meijer. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Mulders, werkzaam bij de gemeente Amsterdam.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Bij besluit van 31 oktober 2008 heeft het College de aanvragen van appellant van 10 september 2008 voor een langdurigheidstoeslag 2007 en voor een Knipkaart 2007 afgewezen.
1.2. Bij besluit van 7 januari 2009 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 31 oktober 2008 ongegrond verklaard. Ten aanzien van de langdurigheidstoeslag 2007 heeft het College - onder verwijzing naar zijn Beleidsregels Langdurigheidstoeslag WWB - overwogen dat appellant niet voldoet aan de voorwaarde genoemd in artikel 36, eerste lid, onder c, van de Wet werk en bijstand (WWB), omdat op de bijstand van appellant binnen de referteperiode van 1 september 2003 tot en met 31 augustus 2008 een verlaging is toegepast wegens het onvoldoende medewerking verlenen aan een
re-integratietraject. Ten aanzien van de Knipkaart duurzame gebruiksgoederen 2007 heeft het College - onder verwijzing naar zijn Beleidsregels WWB-Knipkaart duurzame gebruiksgoederen - overwogen dat een aanvraag om met terugwerkende kracht over 2007 voor deze Knipkaart in aanmerking te komen niet kan worden gehonoreerd.
2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het beroep tegen het besluit van 7 januari 2009 ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd voor zover daarbij zijn beroep tegen het besluit van 7 januari 2009 ongegrond is verklaard.
4.1. De langdurigheidstoeslag 2007.
4.1.2. Volgens appellant is aan de afwijzing van de gevraagde langdurigheidstoeslag 2007 ten onrechte ten grondslag gelegd dat hij in onvoldoende mate medewerking heeft verleend aan een re-integratietraject. Tegen de maatregel die hem in dit verband is opgelegd, zijnde een verlaging van € 200,--, is hij in hoger beroep gegaan. Omdat de afwijzing van de langdurigheidstoeslag 2007 zijn grondslag eveneens in deze maatregel vindt, zijn in hoger beroep in deze zaak eensluidende gronden aangevoerd.
4.1.3. In zijn uitspraak van heden in de zaken geregistreerd onder de nrs. 08/4749 en 08/4750 heeft de Raad geoordeeld dat de hiervoor genoemde maatregel in rechte stand houdt. Aangezien ten aanzien van de afwijzing van de langdurigheidstoeslag 2007 geen zelfstandige beroepsgronden zijn aangevoerd, behoeft dit hoger beroep verder geen bespreking.
4.2. De Knipkaart 2007.
4.2.1. Het College heeft ter invulling van artikel 35 van Pro de WWB de Beleidsregels WWB-knipkaart duurzame gebruiksgoederen (hierna: beleidsregel) vastgesteld. Samengevat, en voor zover hier van belang, komt de beleidsregel op het volgende neer. De Knipkaart schept een aanspraak op een geldbedrag voor de aanschaf of vervanging van duurzame gebruiksgoederen. Dit bedrag blijft gedurende 24 maanden gereserveerd staan. Personen die - samengevat - langer dan drie jaar een laag inkomen hebben, 23 jaar of ouder zijn, geen aanspraak maken op een langdurigheidstoeslag en in de drie jaren voorafgaand aan de peildatum geen volledig onderwijs volgden, kunnen hiervoor in aanmerking komen. De aanspraak op een Knipkaart kan niet verder terugwerken dan tot de dag die volgt op de peildatum. De peildatum is volgens de beleidsregel de laatste dag van de maand voorafgaand aan het kwartaal waarin de aanvraag wordt ontvangen.
4.2.2. De door het College vastgestelde beleidsregel moet naar het oordeel van de Raad worden gekwalificeerd als buitenwettelijk, begunstigend beleid. Naar vaste rechtspraak van de Raad betekent dit dat de aanwezigheid en de toepassing van dit beleid als gegeven wordt aanvaard, met dien verstande dat wordt getoetst of het beleid op consistente wijze is toegepast.
4.2.3. Appellant heeft verzocht om een Knipkaart over 2007. Zijn aanvraag dateert echter van 10 september 2008 en is derhalve ruim na de in aanmerking te nemen peildatum voor 2007 ingediend. Het College heeft de aanvraag in overeenstemming met zijn beleid afgewezen op de grond dat toekenning met zodanige terugwerkende kracht als door appellant beoogd niet mogelijk is. Dat volgens appellant terugwerkende kracht mogelijk zou moeten zijn, omdat het toegekende bedrag maximaal 24 maanden blijft gereserveerd, doet hier niet aan af. Ook zijn stelling dat hij niet eerder een aanvraag heeft ingediend, omdat zijn bijstand was ingetrokken en hij daardoor niet automatisch werd geïnformeerd over de mogelijkheid van het aanvragen van een Knipkaart, treft geen doel. Appellant had in de wetenschap dat hij tot de doelgroep behoorde zelf het initiatief voor een aanvraag kunnen nemen. Bovendien heeft appellant, nadat hij weer bijstand ontving, nog geruime tijd gewacht met het indienen van een aanvraag. Het hoger beroep gericht tegen de uitspraak van de rechtbank voor zover deze niet op de afwijzing van de Knipkaart 2007 slaagt daarom evenmin.
4.3. Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak - voor zover aangevochten - voor bevestiging in aanmerking komt.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en R.H.M. Roelofs en E.E.V. Lenos als leden, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 april 2010.
(get.) J.C.F. Talman.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.
SG