ECLI:NL:CRVB:2010:BM3580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K.J. Kraan
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging WW-uitkering wegens weigering re-integratieplan te ondertekenen
Appellant, geboren in 1952, was sinds 1997 werkzaam als medewerker spoelkeuken maar stopte wegens ziekte in 2003. Herplaatsing was niet mogelijk vanwege zijn beperking bij langdurig staan. Het Uwv kende hem vanaf juni 2005 een WW-uitkering toe. Vanaf juni 2006 werd appellant intensief begeleid door een re-integratiecoach en aangemeld bij een re-integratiebedrijf met een plan dat hij weigerde te ondertekenen vanwege gedeeltelijke werkhervatting en zorgtaken.
Het Uwv legde daarom bij besluit van 1 april 2008 een maatregel op: verlaging van de WW-uitkering met 20% gedurende 16 weken. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond, stellende dat appellant niet voldeed aan zijn verplichtingen volgens artikel 26 van Pro de WW. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met verminderde verwijtbaarheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het Uwv terecht een maatregel oplegde, dat geen causaal verband tussen het niet nakomen van de verplichting en het voortduren van werkloosheid vereist is, en dat de hoogte en duur van de maatregel conform de wet zijn. De argumenten van appellant worden verworpen, mede gelet op zijn leeftijd, arbeidsverleden en beperkingen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De maatregel verlaging van de WW-uitkering wegens weigering mee te werken aan het re-integratieplan wordt bevestigd.