ECLI:NL:CRVB:2010:BM3675
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning burger-oorlogsslachtoffer op grond van Wubo
Appellant, geboren in 1941 in het voormalig Nederlands-Indië, heeft in juli 2008 een aanvraag ingediend om als burger-oorlogsslachtoffer erkend te worden en een periodieke uitkering te ontvangen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Deze aanvraag volgde op een eerdere afwijzing in 1992 en was gebaseerd op gezondheidsklachten die appellant toeschrijft aan zijn oorlogservaringen.
De Pensioen- en Uitkeringsraad heeft de aanvraag afgewezen, en deze afwijzing is gehandhaafd na bezwaar. De Centrale Raad van Beroep heeft het beroep van appellant behandeld en vastgesteld dat algemene oorlogsomstandigheden, zoals de gevangenschap en het overlijden van de vader van appellant en de ontwrichting van het gezinsleven, niet kwalificeren als direct tegen appellant gerichte oorlogsgeweld in de zin van artikel 2 van Pro de Wubo.
Appellant heeft aangevoerd dat hij tijdens de oorlogsjaren enige tijd alleen in een kamp verbleef, dat het gezin ternauwernood ontsnapte aan een aanval door extremisten, en dat hij onder bedreigende omstandigheden in een moslim-gezin verbleef waar hij met bloedig geweld werd geconfronteerd. Ondanks dit heeft de Raad, na zorgvuldig onderzoek en raadpleging van getuigenverklaringen en historische bronnen, geen bevestiging gevonden van calamiteiten die onder de Wubo vallen.
De Raad concludeert dat de omstandigheden van appellant niet leiden tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en verklaart het beroep ongegrond. De Raad erkent wel de angstige omstandigheden die appellant heeft ervaren, maar benadrukt dat erkenning gebonden is aan de specifieke gebeurtenissen zoals omschreven in de Wubo.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt gehandhaafd.