ECLI:NL:CRVB:2010:BM3861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging draagkrachtberekening op basis van verzamelinkomen bij terugbetaling studiefinanciering
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin haar draagkracht voor 2009 werd vastgesteld op basis van haar verzamelinkomen in 2007, met een terugbetalingsbedrag van € 366,17 per maand. De voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet was uitgenodigd voor de zitting en dat het vastgestelde bedrag niet betaalbaar was vanwege haar maandelijkse betalingsverplichtingen, waarbij zij benadrukte dat het privégebruik van haar leaseauto noodzakelijk was voor haar functie.
De Raad overwoog dat de oproeping voor de zitting aangetekend was verzonden en niet retour was gekomen, waardoor appellantes klacht over het ontbreken van kennisname ongegrond was. Tevens onderschreef de Raad de overwegingen van de rechtbank dat de wetgever expliciet het verzamelinkomen als grondslag voor de draagkrachtberekening heeft gekozen, zonder rekening te houden met het besteedbaar inkomen of individuele uitgavenpatroon.
De Raad merkte op dat appellante de mogelijkheid had om haar verzamelinkomen te verlagen door af te zien van privégebruik van de leaseauto, waarmee zij het bedrag van haar draagkracht had kunnen verlagen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de draagkrachtberekening op basis van het verzamelinkomen juist is en wijst het hoger beroep af.